Let’s get Sturdy
Robothond met menselijke kenmerken repareert een fietsband in een tuin, met gereedschap en een fietspomp op de grond.
Leestijd 14 minuten

Een huishoudrobot plakt over 10 jaar jouw fietsband, wedden?

En de onderliggende vraag: van wie is de skill?

Kort samengevat (TL;DR):

In dit artikel:

Ik heb een weddenschap gesloten met Jeroen, onze CTO. Mijn stelling: over tien jaar is er een huisrobot die in het gemiddelde Nederlandse huis klusjes kan doen. Was opvouwen, vaatwasser leegruimen, hond uitlaten. En als de kraan lekt, bel je geen loodgieter meer maar vraag je het aan je robot. Of als je fietsband lek is, vraag je jouw robot die te plakken. Die zegt dan: dat kan ik niet, maar er is een skill voor die ik kan downloaden. Dat kost je € 9,-, dan is het vanmiddag nog geregeld.

Vreemde gedachte? Nee hoor. Die winkel met skills bestaat al. Sinds december 2025 verkoopt Unitree skills voor robots via een app store, sinds januari 2026 doet OpenMind hetzelfde. Wat er nog niet is, is een robot die er iets zinnigs mee kan. De infrastructuur van het verdienmodel ligt er eerder dan het vermogen van de robot zelf.

Dat maakt de volgende vraag urgenter dan mijn weddenschap. Niet: kan de robot het. Maar: van wie is de vaardigheid? Want wie de skill bezit, bezit straks het werk.

De weddenschap

Het begon met een fietsband. Kan een huishoudrobot over tien jaar de band van een kinderfiets plakken? Niet in een lab, niet in een gelikte demo met tien technici eromheen die hopen dat het deze keer lukt. Gewoon in de schuur, op een zaterdagochtend.

Jeroen gelooft er niet in dat dit over 10 jaar al mogelijk is. Ik wel.

De enorme hockeystick die we zien in de capaciteiten van AI, steunt mij in de gedachte dat ontwikkelingen versneeld veel harder gaan dan voorheen. Maar hoe langer ik erover nadenk, hoe minder die fietsband mij interesseert. Het interessante zit in wat erna komt. Stel dat je robot het níet kan. Dan is de logische volgende zin: ik kan het leren, voor (bijvoorbeeld)negen euro. Op dat moment is de robot in je huis geen apparaat meer. Dan is het een betaalterminal voor fysiek werk.

En dan wordt de vraag wie er aan de andere kant van die terminal zit. Een interessant uitgangspunt voor wat hersengymnastiek en onderzoek.

Eerst maar even eerlijk: we zijn er nog lang niet

Ik ben geen roboticaman en ik ga niet doen alsof. Dus ik heb gekeken wat er nu, september 2026 al daadwerkelijk kan.

Onderzoeksbureau Epoch AI publiceerde in februari 2026 een nuchtere inventarisatie van wat robots werkelijk zelfstandig kunnen. De uitkomst is ontnuchterend. Was opvouwen en een slaapkamer opruimen zijn het verst, met redelijke betrouwbaarheid en zelfs enige overdracht naar huizen waarin het model niet is getraind. Een keuken opruimen lukt in delen, maar geen enkele robot doet het van begin tot eind. Koken staat nog in het onderzoeksstadium (wel een toffe skill: Hey Robot, ik wil vanavond sushi eten → prima. Voor € 20,- download ik de skill, dan kan je mij voortaan altijd sushi laten maken). Een kast van IKEA in elkaar zetten ook. Robots zijn momenteel typisch drie tot tien keer trager dan mensen. De vraag is of dat erg is. De robot heeft écht 24 uur in een dag en kan de band ook prima ‘s nachts plakken in mijn garage.

De robot moet zichzelf kunnen aanpassen

Maar de echte bottleneck is misschien niet niet de snelheid of kracht van de robot. Het is overdracht. Een fabriek kun je om de robot heen ontwerpen. Een huis niet. Je koopt een nieuwe pan, je legt je dekbed anders neer, je schuift de bank een meter op. Een robot die daarvoor opnieuw getraind moet worden, is geen product maar een project. De stap die robotmakers dus moeten maken is dat de robot zichzelf kan aanpassen aan de aangepaste situatie. Zoals je stofzuiger robot die zelf een plattegrond van je huis maakt en die aanpast als er iets verplaatst is.

2026: mensen trainen robots

Reuters liep in augustus 2026 rond in een Chinees trainingscentrum waar meer dan honderd humanoïde robots in rijen staan. Menselijke trainers met headsets leren ze kratten sorteren en noedels inpakken. Een beginnende trainer haalt ongeveer één bruikbare beweging uit driehonderd pogingen. Een ervaren trainer één uit vijftig. Ter plekke werkten de robots op zo’n twintig procent van menselijk tempo. En de sector draait voor een flink deel op overheidsopdrachten en subsidies, niet op echte vraag.

Er zijn inmiddels ook projecten waarbij mensen de hele dag werken met een camera op hun hoofd, om data te verzamelen rondom de skill die zij uitvoeren. In naaiateliers in India worden werknemers extra betaald om zo een camera te dragen. Waarom? Om het te laten overnemen door robots, natuurlijk. Zo ging het bij Tesla ook. Eerst 10 jaar rondrijden in de echte wereld waarbij alle situaties werden gefilmd en gecombineerd met de gedragingen van de bestuurder. Al deze data samen zorgt ervoor dat de auto het nu zelf kan. En waarschijnlijk beter dan mensen zelf. De auto heeft meer sensoren dan de mens, is nooit moe en kent veel meer situaties dan de mens zelf met zijn beperkte rijervaring.

De robot anno nu

Maar ook de meest concrete consumentenrobot van dit moment onderbouwt Jeroens scepsis. De NEO van 1X kost twintigduizend dollar of vijfhonderd per maand, en levert dit jaar de eerste exemplaren in Amerikaanse huizen. Maar als de robot een taak niet kent, neemt op afstand een menselijke medewerker het over. Die menselijke interventie is niet de uitzondering, het is het businessmodel. De klant koopt een robot en betaalt ondertussen mee aan het verzamelen van trainingsdata. Het is een tussenstap. net als die Tesla die eerst 10 jaar door mensen bestuurd heeft rond gereden voordat hij het zelf kan.

Dus ja. Op dit moment en op de letter van de weddenschap staat Jeroen er goed voor.

En toch is de winkel voor het kopen van skills er al

Hier wordt het interessant.

In december 2025 kondigde Unitree de eerste app store voor humanoïde robots aan, en in mei 2026 ging die live onder de naam UniStore. Je bladert door een bibliotheek met bewegingen en taken, je tikt, en je robot kan iets nieuws. In januari 2026 lanceerde OpenMind een tweede winkel, met een handvol robotfabrikanten als partner, en de uitgesproken ambitie om duizenden apps te gaan voeren.

Zet dat naast elkaar. Een robot die kratten nauwelijks kan dragen, en een winkel waar je vaardigheden voor die robot koopt. De verkoopkant is klaar voordat het product klaar is.

De robot is nog niet klaar, de infrastructuur wel

Dat is geen toeval. Zo werkt het altijd. Wie de distributielaag bezit voordat het volume er is, bezit hem daarna nog steeds. De iPhone was in 2007 een aardige telefoon. De App Store, een jaar later, werd het echte apparaat. En de discussie over wie daar de macht heeft, voeren we bijna twintig jaar later nog steeds.

Kijk maar wat er dit jaar gebeurt. Apple past per 1 oktober 2026 zijn Europese voorwaarden opnieuw aan, na jaren gedoe met de Europese Commissie en een boete van vijfhonderd miljoen euro. Er komen nieuwe percentages: zesentwintig procent via het eigen betaalsysteem, twintig procent bij een alternatieve betaalprovider, vijftien procent als je iemand naar je eigen site stuurt. Epic Games noemde het meteen nieuwe rommelkosten. Of dat terecht is laat ik in het midden. Waar het mij om gaat: dit is een gevecht dat ontstond nadat de infrastructuur al lag.

Bij robots liggen we daar nu vóór. Heel even nog.

Vier wegen naar Rome

Ik zie een aantal scenario’s:

De platformwinkel.

Je koopt een robot, de basis zit erop, de rest koop je bij. Eén plek, één betaalmethode, één keurmerk. Heerlijk overzichtelijk. En het platform bepaalt wie mag meedoen, tegen welke afdracht, en wat er uit de schappen verdwijnt. Efficiënt, en precies daarom riskant. Een klein aantal partijen krijgt dan invloed op wat er in Nederlandse huiskamers fysiek gebeurt. Vergelijk dit met de iPhone. Gesloten systeem. Werkt goed maar is wel duur. En Apple bepaalt wat er wordt aangeboden en wat niet.

De open skillbank.

Een publieke bibliotheek waar vakmensen, onderzoekers, opleidingen en fabrikanten aan bijdragen. Open lost machtsconcentratie niet vanzelf op, dat weet ik als geen ander uit de WordPress-wereld. Maar het geeft wel tegenwicht, en het houdt de drempel laag voor wie geen platformdeal kan sluiten. In mijn ogen een veel wenselijker en eerlijker model: Open source skills.

De fabrikant levert de skill.

Je koopt een kraan en krijgt de officiële reparatie-skill erbij. Een gebruiksaanwijzing voor een fysiek product, maar dan niet op papier maar verpakt in een skill. Dat is minder vergezocht dan het klinkt, want de technische specificaties staan toch al online. Misschien komt wel er een keurmerk: geschikt voor robotreparatie.

De vakman met robots.

Dit is het scenario dat mij het meest aanspreekt. Je belt de loodgieter en er komt een robot van zijn bedrijf. Zijn gereedschap, zijn skills, zijn verantwoordelijkheid. En zijn robot, die specifiek is uitgerust met skills en tools voor loodgieterstaken. Jouw robot laat hem binnen en kijkt mee. Achteraf krijg je een rapport en garantie.

Waarom dat vierde scenario het meest hout snijdt

Omdat het een probleem oplost dat nu al pijn doet.

Het tekort aan loodgieters in Nederland is geen abstractie. Er zijn inmiddels ongeveer 8,5 vacatures per werkzoekende loodgieter. Vijf jaar geleden was dat 2,3. Het aantal werkzoekende loodgieters daalde tussen 2020 en 2025 met ruim vijfenveertig procent, terwijl er in tien jaar zo’n zevenhonderdduizend huishoudens bij kwamen. Loodgieters en pijpfitters staan bij het UWV structureel in de categorie zeer krap. En dat is nog voordat de energietransitie zijn deel opeist, waar ongeveer twee derde van de benodigde functies uit technici bestaat.

Robots to the rescue?

Nederland telt zo’n elfduizend loodgietersbedrijven. Wat gebeurt er als deze bedrijven allemaal ineens tien robots kunnen inzetten? De loodgieter wordt schaalbaar. Zijn beschikbaarheid is ineens groter dan zijn agenda. Hij kan snel komen. Hij kent elk type kraan, want die specificaties staan online en zijn robots hoeven ze niet te onthouden maar op te zoeken.

Vakmanschap wordt in dit scenario niet vervangen. Het wordt vermenigvuldigd.

De parallel die ik elke dag zie met webdevelopment

Sturdy Digital bouwt websites. Bij ons schrijft AI inmiddels een fors deel van de code. Dat is een branchebrede ontwikkeling. De cijfers lopen uiteen, afhankelijk van wat je meet: de grootste empirische meting kwam begin 2026 uit op bijna zevenentwintig procent van de productiecode, zelfrapportage door ontwikkelaars ligt rond de tweeënveertig procent, en Google noemde dit jaar zelfs vijfenzeventig procent van alle nieuwe code.

De kwaliteit van code

Interessanter dan het percentage is wat eronder zit. In diezelfde peiling gaf zesennegentig procent van de ontwikkelaars aan de door AI gegenereerde code niet volledig te vertrouwen, en zei achtendertig procent dat het beoordelen ervan méér moeite kost dan het nakijken van werk van een collega. De flessenhals is verschoven van produceren naar verifiëren.

De vakman blijft verantwoordelijk

En dat is precies mijn punt. Wij zijn niet weg. Wij zijn verantwoordelijker dan ooit. Wij kiezen de tools, wij testen, wij tekenen voor de kwaliteit. Een senior developer leest tegenwoordig meer code dan hij schrijft, en dat is geen degradatie maar een promotie.

Zo kan de loodgieter ook werken. Robots voeren uit, de vakman bepaalt en tekent ervoor.

Aansprakelijkheid is de rem, en dat is goed nieuws voor de vakman

De doe-het-zelver blijft natuurlijk bestaan. Download een open skill, laat je eigen robot het proberen, en als het lukt heb je mazzel. Maar bij gevolgschade ligt het risico bij jou. Bij een ingehuurde professional ligt het waarschijnlijk bij hem.

De scheidslijn is dus niet mens tegen robot. De scheidslijn is eigen risico tegen professionele verantwoordelijkheid.

Productaansprakelijkheid

En daar wordt het juridisch snel serieus. Op 9 december 2026 moet de nieuwe Europese richtlijn productaansprakelijkheid in nationale wetgeving zijn omgezet, en Nederland heeft daar in februari 2026 een wetsvoorstel voor ingediend. Software valt daarin uitdrukkelijk onder het begrip product, in welke vorm dan ook: firmware, gedownloade apps, clouddiensten. De ontwikkelaar van een AI-systeem wordt behandeld als fabrikant. De bewijslast voor de consument wordt verlicht. En de verantwoordelijkheid houdt niet op bij levering: ook gebreken die later ontstaan, of het ontbreken van updates en duidelijke instructies, kunnen tot aansprakelijkheid leiden.

De machineverordening

Daarbovenop komt op 20 januari 2027 de Machineverordening, zonder overgangsperiode. Machines met zelflerende systemen die na levering nog zelfstandig beslissingen nemen, vallen daar expliciet onder. En let op deze: een software-update die het veiligheidsniveau verandert kan gelden als een substantiële wijziging, met een nieuwe conformiteitsbeoordeling tot gevolg.

Lees dat nog eens terug met een skill store in je hoofd. Een winkel waar consumenten losse vaardigheden downloaden die het fysieke gedrag van een machine in hun huis veranderen. Elke download is potentieel een wijziging aan een gecertificeerd product. Dat wordt nog een harde noot om te kraken en misschien wel de belangrijkste reden waarom ik deze weddenschap verlies.

De rol van verzekeraars

Ik denk dat verzekeraars hier de facto de poortwachters worden. Niet bij een fietsband. Wel bij reperaties aan water, gas, elektra en natuurlijk in de zorg. Hun dekkingsvoorwaarden gaan bepalen wat mag en wat niet, jaren voordat een rechter zich erover buigt. Geen dekking zonder gecertificeerde skill, uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een erkend bedrijf. Niet sexy. Wel bepalend voor het succes van de huisrobot.

En dat is precies waarom ik denk dat de vakman terugkomt in plaats van verdwijnt. Want een lekkende kraan is soms niet alleen een kraan. Soms is het een aanwijzing voor iets anders. Daarvoor heb je geen skill nodig, maar diagnose. En iemand die ervoor tekent.

Accepteert de Nederlander een robot in zijn huis?

Wij overschatten graag hoe abrupt dit soort ontwikkelingen gaat. Kijk naar de auto. De RDW gaf in april 2026 een typegoedkeuring af voor Tesla’s FSD Supervised, na anderhalf jaar testen op de testbaan en de openbare weg. In juni hebben er bijna veertigduizend Nederlandse Tesla’s mee gereden, samen zo’n vierentwintig miljoen kilometer, zonder relevante incidenten.

Maar de RDW zegt er in vrijwel elke zin bij: dit is géén zelfrijdende auto. Het is een rijhulpsysteem, de bestuurder blijft verantwoordelijk. De naam belooft meer dan de wet toestaat, en dat is een waarschuwing die we bij robots woordelijk kunnen hergebruiken.

Zo gaat het thuis ook. Eerst grasmaaien, stofzuigen en dweilen, want dat laten we al jaren door robots doen. Dan de was. Dan simpele reparaties, onder toezicht. Eerst vreemd, dan normaal, dan onmisbaar.

De kosten van een huisrobot

Kan het uit? Hoe meer de robot kan, hoe eerder je hem terugverdient. Twintigduizend euro plus misschien een paar honderd per maand voor skills is veel geld. Maar zet daar eens tegenover wat schoonmaak, klussen, koken en vooral tijd je nu kosten. Robotstofzuigers en robotmaaiers zijn samen al een markt van tien miljard dollar, met beperkte en, laten we eerlijk zijn, vrij domme vaardigheden. En die € 20.000 zal nog wel een stukje gaan dalen als gevolg van massaproductie en concurrentie. De bereidheid is er allang. Alleen kunnen robots nog niet wat we willen.

Maar: gemak dient de mens. En als er een robot is die de stomme klusjes in huis voor je uitvoert, zijn er voldoende consumenten die de nadelen op de koop toe nemen. Ik in elk geval wel :)!

Maatschappelijke impact: waar blijft waarde en eigendom?

Als arbeid verschuift naar roboturen en software-abonnementen, verschuift waarde razendsnel van de lokale economie naar een platform. De loodgieter hier in Halfweg betaalt hier lokale en nationale belasting op zijn inkomen en toegevoegde waarde. Daarbij koopt bij bij lokale ondernemingen, sponsort hij hier de voetbalclub en leidt hier een leerling op. Een commissie op een skill doet dat niet. Dat geld vloeit naar de platform eigenaar ergens in China of Amerika.

Wie krijgt de inkomsten? En (waar) wordt belasting betaald?

Als menselijke vaardigheid de grondstof is van deze hele beweging (en dat is het, want zonder die honderd trainers met headsets in Liuzhou gebeurt er niets) dan is het geen rare vraag wie de opbrengst ervan krijgt. Misschien worden het royalty’s voor vakmensen. Misschien zijn er coöperatieve skillbanken, waarvan een branchevereniging de bibliotheek beheert in plaats van een platform. Misschien werkt het allebei niet.

Kan een ander land ons de skills ontzeggen?

Hoe soeverein zijn we eigenlijk als land als skills niet meer eigendom zijn van lokale vakmensen, maar van platforms die in een ander land worden gehost? Onder andere wetgeving? Wat als iemand aan de andere kant van de wereld besluit dat de plak-mijn-fietsband skill niet meer beschikbaar is in Nederland? Of 10x zo duur? En wat als er meer impactvolle skills ontstaan waarmee hetzelfde gebeurt?

We moeten ons die vraag stellen voordat de infrastructuur vastligt. Niet erna. Bij de App Store hebben we het erna gedaan, en we zijn nog steeds aan het procederen.

Dus: wie wint de weddenschap?

Waarschijnlijk Jeroen, op de letter. Over tien jaar staat er niet in elk Nederlands huis een robot die je fietsband plakt. Op sommige plekken wel, op de meeste niet. Dat kost mij dus een fles wijn zonder streepjescode :).

Maar dat was eigenlijk niet de meest interessante vraag die deze weddenschap triggerde. AI verlaat het scherm. Kennis krijgt handen. En zodra kennis handen krijgt, wordt de eigendomsvraag een machtsvraag.

Van wie is de skill? Wie stuurt de handen aan? En wie tekent ervoor als het misgaat?

Ik zet mijn geld op de vakman. Niet uit nostalgie, maar omdat verantwoordelijkheid menselijk moet blijven en zich niet laat oplossen in de kleine lettertjes van een gebruiksvoorwaarde. De robot voert uit. De mens bepaalt, en tekent.

Frans Eldering, Chief Commercial Officer bij Sturdy Digital
Frans Eldering
CCO / Founder
Frans Eldering is de brug tussen alle verschillende disciplines die komen kijken bij het bouwen van een website die voor je werkt. Hij richtte zijn eerste internetbureau op in 1999. Kort daarna rondde hij zijn opleiding Communicatie af en in 2002 richtte hij New Fountain op, de voorloper van Sturdy Digital. Binnen Sturdy Digital is Frans als CCO verantwoordelijk voor strategie en business development.
Bekijk profiel van Frans Eldering

Ready to get sturdy?

Wil jij ook een website die écht waarde toevoegt? Bel Sturdy. Hij gaat graag met je in gesprek omtrent jouw digitale vraag. Je komt er hoe dan ook wijzer uit. Geen zorgen, geheel vrijblijvend én zonder beren op de weg.

  • Sturdy asterisks Kwalitatieve websites sinds 1999
  • Sturdy asterisks Kies een website die voor je werkt
  • Sturdy asterisks Een compleet team van WordPress specialisten

Hoe kunnen we je helpen?

"*" geeft vereiste velden aan